Gedicht: Ik Ga Mijn Wereld Klein Maken

Ik ga mijn wereld klein maken

kleiner

veiliger

verlies alsmaar het overzicht.

Ik ga mijn wereld anders maken

voelen waar ik zelf ben

juist omdat ik zo meeleef met anderen

mee beleef

medeleven

medelijden

mee lijdt.

Ik val bijna naar beneden

daar waar het zwarte gat is…

Ik ga mijn wereld klein maken

kleiner

veiliger

voel niet meer waar ik ben

verlies alsmaar mezelf

fragmenten laat ik nu liggen

onopgeloste puzzels laat ik los

ik ga mijn kleine, stille wereld in.

Gedicht: Ik kan het niet stoppen

Al die mensen

alle woorden

de beelden

het stroomt langs me heen

door me heen

ik kan het niet stoppen

wil alles weten

moet alles weten.

Al die woorden

vol betekenis

mensen zoeken naar oplossingen

mensen die moeten handelen

in een situatie vol onbekend gevaar

het stroomt langs me heen

door me heen

ik kan niet stoppen

wil alles horen

moet alles horen.

Alle beelden

met mensen die praten en huilen

mensen die bang zijn

verdrietig en verward

het stroomt langs me heen

door me heen

ik kan niet stoppen

wil alles zien

moet alles zien.

Maar de mensen, woorden en beelden

worden me teveel

het maakt me bezorgd

verdrietig, bang en moe

het stroomt langs me heen

door me heen

maar ik kan er niet mee stoppen

moet alles weten

moet alles horen

moet alles zien.

Boek: Tijgerkind (Freebie)

Ik was vroeg wakker en liep naar de huiskamer. Mama lag op de bank te slapen. Op de salontafel stond de fles martini en haar speciale glas, die met het groene pootje. De asbak zat vol sigarettenpeuken.

Ik ging ook op de bank zitten en voelde met mijn vingers aan de corduroy stof. Dat vond ik altijd fijn, voelen aan dingen. Het licht scheen door de gaatjes van de donkerbruine gordijnen en ik stond op om ze open te doen. Mama lag met haar rug naar me toe en ik vroeg me af hoe ik haar wakker kon krijgen. Ik had honger en wilde brood eten maar ik mocht niet aan het brood komen van haar. Ik mocht ook geen drinken pakken dus ik liep naar de keuken om water uit de kraan te drinken, dat mocht wel. Ik zette de radio aan. Al mijn hele leven stond de radio de hele dag aan en ik kon alle liedjes meezingen. In mijn hoofd, niet hardop. De deksel van de koektrommel zat vast maar het lukte me om de trommel open te maken. Mama had er een briefje ingelegd. ‘ Blijf van de koekjes af! Ik heb ze geteld!’

Ik liep weer naar de bank toe maar was bang om naar haar te kijken want ze werd wel eens wakker en als ik dan stond te kijken kon ze heel kwaad worden. Ik ging dus maar weer zitten. Na een uur werd ik moe en ging ook even op de bank liggen en viel in slaap.

Ik werd wakker omdat de zon in mijn gezicht scheen. Ik liep naar het raam en keek naar buiten. Als je op de achtste verdieping woont kun je over de hele stad kijken maar ik keek naar de zwarte vogels, die vond ik mooi. Mama lag nog steeds op haar zij te slapen. Ik liep naar haar toe en probeerde haar wakker te schudden maar ze voelde raar aan. Ik schudde harder maar ze bleef stijf liggen. Op tv had ik gezien dat, als iemand flauw gevallen was, je dan een klapje in het gezicht moest geven dus dat deed ik. Ik gaf mama een klap in haar gezicht maar ze werd niet wakker. Ze deed haar ogen niet open. Ik zag dat ze een raar gezicht had. Haar make-up zat over haar gezicht en haar gezicht was heel wit. Haar lippen hadden ook een gekke kleur maar het was geen lippenstift. Ik voelde met mijn vinger aan haar lip maar de lip bleef een beetje blauw. Ik trok zachtjes aan haar haren want daar had ze echt een hekel aan. Niemand mocht iets over haar haren zeggen. Zou ze boos op me worden als ik zelf brood zou pakken? Ik liep naar de keuken en maakte twee boterhammen voor mezelf en ik nam een glas rocevicee. De kat zat nu bovenop haar en nog werd ze niet wakker. Ik had de radio heel hard aangezet en toen hoorde ik de voordeurbel. Ik ging de deur open doen en Jolanda stond voor de deur.

‘ Hallo, wat een lawaai, wijfie. Waarom heeft je moeder zo vroeg al de radio zo hard aan?’

Ik liep naar mama toe en Jolanda liep achter me aan. Ik snapte niet waarom ze begon te gillen. Ze gilde keihard en ze riep dat mama dood was. Ze belde de dokter en vanaf toen ging het allemaal mis. Toen de dokter zei dat mama dood was wist ik niet wat dat betekende voor mij. Ik wist het niet. Hoe had ik het kunnen weten? Ik was nog maar twaalf jaar oud.

Verder lezen?

De novelle Tijgerkind is gratis te downloaden via het menu van deze website.

Gedichtenbundel: Luister naar binnen (om te delen…)

Ik wil graag iedereen bemoedigen in deze chaotische periode. Daarom heb ik een gedichtenbundel gemaakt die je ook kunt delen met anderen.

Deze gedichtenbundel is als PDF te downloaden. Het e-boekje bestaat uit 15 gedichten die gaan over de zoektocht naar rust en vrede.

Flash Fictie: Op het strand

In 1966 vierde ik mijn zestiende verjaardag, Sweet Sixteen. Het was een fijne dag. Ik had een aantal vriendinnen van school uitgenodigd en de familie van Helene was er. Er was taart en koek met een glaasje sherry. Ze gaven me leuke cadeautjes. Mijn verjaardag was nog nooit gevierd op deze manier en ik had een beetje moeite met alle aandacht. Ik hoorde niets van Moeder en ze kwam ook niet langs. Ik voelde me opgelucht.

De volgende dag was het zaterdag en Vader en ik besloten naar het strand te gaan met de honden. Het was een warme dag en de zon scheen heerlijk. We gingen er op de fiets naar toe en eenmaal op het strand bleek er een flinke wind te staan. Ik begon stokken te gooien terwijl we rechtsaf naar de strandtent liepen. Vader liep een eindje achter mij en ik was aan het spelen met de honden. Ik was gelukkig.

Op een gegeven moment keek ik achter me en zag Vader op het strand liggen. Ik vond het gek dat hij was gaan liggen en ik moest lachen.

‘ Vader, waarom doe je zo raar?’

Ik riep de honden en we liepen naar hem toe.

Een deel van mij is gestorven in de ambulance. De band die ik had met mijn vader, zijn liefde voor mij. Al het leven sijpelde weg uit mij toen ik in de ambulance naar hem keek. Hij was toen al dood. Ik voelde me ook dood. Ik kon niet huilen. Ik wilde alleen maar dat Helene zou komen om het van mij over te nemen.

In het ziekenhuis reden ze mijn vader weg en moest ik in een wachtkamer wachten op de arts, die mij zou vertellen dat mijn vader dood was. Ik zat in een oranje, plastic kuipstoeltje en keek naar buiten. Uiterlijk leek ik rustig maar van binnen was het hel. Stemmen in mij die riepen dat ik slecht was, dat het mijn schuld was dat Vader dood was gegaan. Een stem begon te zingen, ‘ Vol genade ben ik een kind van God, vol genade ben ik een kind van God.’ Een andere stem, vrouwelijk, begon te fluisteren dat ik weg moest gaan. Dat ik mijn kleren en spullen moest pakken en de trein moest nemen naar Parijs. ‘ Ze willen je toch niet meer, je hebt nu niemand meer, straks moet je weer terug naar Moeder.’

Ik voelde aan mijn arm, mijn been. Mijn lichaam voelde levenloos aan. Er zat geen gevoel meer in. Ik stompte mezelf op mijn been en kneep hard in mijn wang. Ik zag de dokter aankomen en stond op. Ik was verbaasd dat je met zulke gevoelloze benen toch nog op kon staan.

‘ Je vader is overleden aan een acute hartstilstand.’

Zwevend boven in de wachtkamer, bijna tegen het plafond aan, zag ik mezelf staan bij de dokter. Ik zag dat ik huilde, dat ik inklapte en op de vloer ging zitten. Ik zag Helene eraan komen die naast mij ging zitten en me probeerde te troosten. Ik keek neer op dat tafereel. In mijn hart alleen maar vrede. Ik keek toe hoe Helene mij omhoog trok en we gingen zitten in die oranje stoeltjes en ik geen adem meer kon halen. Er kwam een zuster aanlopen met een papieren zakje waar ik in moest blazen. Ik zag mezelf tot rust komen en weg lopen met de vrouw van mijn overleden vader.

Die avond raakte ik mezelf kwijt. Ik kotste, ik sloeg mijn vuisten in mijn gezicht en trok de haren uit mijn hoofd. Ik gilde en riep allerlei dingen terug tegen de stemmen die zich manifesteerden in mijn hoofd. De volgende ochtend werd ik opgenomen op de psychiatrische afdeling van het Sint Pieter hospitaal. Ik heb de begrafenis van Vader gemist.

Flash Fictie: Separeer

Ik keek door het kleine, smoezelige raampje naar binnen. De separeer was een vierkante kamer. Er hingen bruine gordijnen voor het onbreekbare raam en als je naar buiten keek, zag je alleen donkere naaldbomen. Vieze vegen over de grijze, linoleum vloer waar zij met haar blote voeten over heen liep, dagelijks, als een gekooid dier. De wanden waren van een soort kurkachtig behang, zacht materiaal waaraan ze zich niet kon bezeren. Aan het plafond hing een TL buis met een fel, lichtblauw licht zodat ik haar goed kon bekijken.  In de kamer was niets waar zij zich eventueel aan kon verwonden of aan kon verhangen.

Ze zat op het bed, naakt, haar hoofd gericht op de vloer. Ze huilde en mompelde Marokkaanse woorden naar Allah. Ik wist dat ze veel in gebed was, vragend om hulp aan haar god. In haar psychose was ze ervan overtuigd dat ze bezeten was door de duivel. Ze noemde de duivel niet bij zijn naam want die vervulde haar met onvoorstelbare angsten. Ze liep hele dagen in de separeer te ijsberen en op de ramen te slaan in een poging om te ontsnappen aan haar gevangenis. De duivel gaf haar allerlei vreemde opdrachten zoals dat ze al haar haren uit haar lichaam moest trekken en op moest eten. Of dat ze ook het plastic bestek, binnen een paar seconden, naar binnen werkte zodat haar ingewanden beschadigd raakten. Haar kleding kon ze niet verdragen want demonen verstopten zich in de naden en zakken. Hij gaf haar ook opdracht om ons te slaan, aan onze haren te trekken, ons aan te vallen als een wild dier, zodat we met zes personen op haar doken en haar een grote injectiespuit met valium moesten toedienen. Demonen in haar hoofd maakten van haar een willig slachtoffer en een hopeloos geval binnen die andere wereld, de psychiatrie.

Ik tikte op het raampje want ik wilde dat ze naar de deur kwam zodat ik even met haar kon praten. Ze reageerde niet dus ik riep haar: ‘Nora, kom eens’. Ineens was ze daar, bij de deur en bonkte en schopte tegen de deur aan. ’Laat me eruit, laat me eruit ! Ik ben bang!’ Ze sloeg hard met haar roodgeverfde hennahanden tegen het plastic raam. De tranen rolden over haar bevuilde wangen. Ik zag dat ze zichzelf onder gesmeerd had met ontlasting; de bittere geur drong, van onder de deurspleet, tot me door. Ze ging op haar hurken voor de deur zitten en plaste op de grond. Er kwam een stroompje urine onder de deur door langs mijn schoenen. Ik pakte de dweil en dweilstok en veegde het plasje op.

Ik had zo’n medelijden met haar. Ze was even oud als ik, vierentwintig jaar, en zij was zo ziek, zo ontheemd hier in het psychiatrische ziekenhuis. Na een jaar in de separeer kreeg ze zelden nog bezoek en ik vroeg me af hoe ze had geleefd voordat ze opgenomen werd. Had ze gestudeerd of gewerkt ? Er was weinig over haar bekend.

Als leerling-verpleegkundige had ik veel moeite met het accepteren van deze mensonwaardige situatie maar ik zag zelf ook wel in dat er nu geen andere plek voor haar te vinden was. ‘ Wil je met me zingen? Slaap kindje slaap, daar buiten loopt een schaap’….Nora begon zachtjes mee te zingen en liep sjokkend naar de houten kolos die haar bed was. Geen lakens maar alleen een bruine anti-scheur deken. De kleur van de deken maakte dat je niet kon zien dat de deken vies was van haar ontlasting. Ze ging liggen en trok de deken over zich heen. ‘Ga maar lekker liggen meisje, over een uurtje komen we een beker koffie brengen.’ Ik keek nog even naar haar, dat mooie, kleine Berbermeisje. Diepzwarte ogen en prachtig haar. Onbemind en ongeliefd.

Een uur later kwam ik, samen met mijn collega, haar separeer in. We waren op onze hoede want ze hield zich slapende onder de deken. ‘ Nora, ga maar rechtop zitten, dan krijg jij je koffie van ons.’ Mijn collega liep op haar af en bleef voor het bed staan. Nora ging langzaam rechtop zitten en pakte de plastic beker onbeheerst aan waardoor er koffie op haar blote been kwam. Ze slokte de koffie op en gaf de beker terug aan mijn collega. We liepen langzaam achteruit en bleven ons oog gericht houden op dit meisje dat een gevaar vormde voor anderen, maar vooral voor zichzelf. Ze bleef stil zitten met haar ogen dicht, ook op haar hoede leek het wel. Snel stapten we door de deur en draaiden deze op slot. Mijn collega liep naar het kantoor maar ik bleef nog even staan. ‘ Welterusten lieverd, ga je lekker slapen?’ Nora ging weer liggen en trok de deken over haar heen. Heel zachtjes vroeg ze me toen: ‘ Zuster, wil je nog even voor me zingen van de schaapjes?’