Schrijfoefening: Twee Vertelperspectieven…Tinus In Dialoog Met Zijn Dochter

De scene: Ik- perspectief

Cootje was al in huis want de geur van rode kool kwam op me af toen ik de voordeur open deed.

‘ Pa?’

Ik liep door de huiskamer naar de keuken waar ze achter het aanrecht stond. Het was er warm en de ramen waren beslagen. Ik ging aan het tafeltje zitten.

‘ Ik maak er een paar gehaktballen bij, Pa, dan kan je ze morgen op je brood doen. Dat vind je lekker, toch?’

Ze had de pantoffels van Johanna aan en ik zag dat haar enkels helemaal opgezwollen waren. Ze had een bordeauxrode positiejurk aan met een zwart vestje dat niet meer dicht kon. Ze was naar de kapper geweest en had haar mooie, lange haren laten knippen tot een kort kapsel.

‘ Hoe lang moet je nog, Co? Je enkels zien er dik uit.’

‘ Ik ben de laatste week van december uitgerekend, dus nog vijf weken.’

Ze gooide de gehaktballen in de braadpan. Ik zag dat ze haar best deed om voor me te zorgen en ik vroeg me af hoe we dat gingen doen als ze de baby had gekregen.

‘ Wil je me leren koken?’

Ze leek verrast en keek me aan met een lachend gezicht.

‘ Nou pa, dat lijkt me een goed idee. We beginnen gelijk met het maken van een boodschappenlijst want morgen ga je weer naar de markt, of niet?’

Ik liep de huiskamer in en pakte papier en een pen uit het dressoir. Ik probeerde niet te kijken naar de foto van Johanna maar ik kon het niet wegzetten want Cootje had hem neergezet. Ik hield niet van foto’s en had ze het liefst allemaal weggegooid. Wat had ik er nog aan? Mijn vrouw zat in mijn hoofd, net als alle anderen.

De scene: Alwetende verteller

Tinus wist gelijk dat zijn dochter in huis was, want toen hij de voordeur opendeed, kwam de geur van rode kool hem tegemoet.  Hij hoorde haar roepen en hij liep, door de huiskamer, naar de keuken waar hij haar achter het aanrecht zag staan. Ze had haar moeders pantoffels aan en haar enkels zagen er dik uit. Ze was naar de kapper geweest en had haar lange haren eraf laten knippen. ‘ Wanneer ben je uitgerekend?’, vroeg hij haar. ‘ Ik moet nog vijf weken’, zei ze. Tinus ging aan het tafeltje zitten en keek naar de bedrijvigheid van Cootje. Ze ging verder met koken en hij zag dat ze gehaktballen aan het braden was. ‘ Ik heb er wat extra gemaakt want dan kan je ze morgen ook op brood doen.’ Hij wist niet hoe het moest als zijn dochter de baby had gekregen en vroeg haar of ze hem wilde leren koken. Ze keek hem aan met een verbaasde blik en moest lachen. ‘ Ga maar pen en papier pakken, dan maken we samen een boodschappenlijstje voor de markt.’ Tinus liep naar het dressoir en zag de foto van zijn vrouw staan. Het liefst had hij alle foto’s weggegooid, maar Cootje had deze foto neergezet dus hij liet het lijstje maar staan. Hij had geen foto’s nodig om zijn vrouw te herdenken want hij dacht iedere dag aan haar en aan alle anderen die er niet meer waren.

In Gesprek: Een Functioneringsgesprek met Noa & Lisette

Lisette: Hoi meis, kom lekker binnen. Aha, je hebt al koffie bij je, heel goed. Ga lekker zitten joh!

Noa: Hoi!

Lisette: Zet daar maar neer, hoor. Heb je het ontwikkelingsplan bij je? Heb je dat nog gemaakt?

Noa: Ja zeker, ik heb die versie gemaakt die we laatst van jou hebben gekregen op de mail.

Lisette: Die van wat je de komende vijf jaar wil ontwikkelen?

Noa: Ja, die. Ik moest er nog even hard aan trekken want ik ontving de mail pas eergisteren, maar het is allemaal gelukt.

Lisette: Prima. Zullen we dan maar beginnen?

Noa: Ja, dat is goed.

Lisette: Nou, ik heb even een rondje gelopen over de afdeling van de week en aan de collega’s gevraagd wat ze allemaal van jou vinden en ik kon op deze manier mijn eigen gedachten bevestigen namelijk dat je helemaal niet goed in de groep ligt. Niemand mag je.

Noa: O, dat wist ik niet. Ik schrik hier wel van want ik had geen idee…zeg je nu dat niemand mij mag?

Lisette: Ja, tijdens de teamvergaderingen is mij, en ook Petra, hoor, ik ben echt niet de enige…mij is gebleken dat je altijd kritiek hebt op onze denkwijze en dat je dan vervolgens niet anticipeert op onze besluiten. Dat is een terugkerend iets en dat hebben wij geregistreerd met z’n allen. En ja, dan zal ik maar gelijk zeggen dat we besloten hebben jouw jaarcontract niet te verlengen want dat is niet wat we nog willen met jou. Ik niet, maar ook het team niet. Nee, iedereen staat volledig achter mijn besluit.

Noa: Ik snap hier helemaal niets van, Lisette! Waarom heb je mij geen waarschuwing gegeven of een gesprek waarin je dit duidelijk maakte want dan had ik nog de kans gekregen om er iets aan te doen? Ik wist niet dat een kritische houding zo ongewenst was? Ik dacht dat men dat juist waardeerde?

Lisette: We hebben signalen gegeven. Ook collega’s hebben signalen gegeven.

Noa: Signalen? Ik weet niet welke signalen dat zijn geweest? Wat heb ik gemist dan?

Lisette: Dit is exact wat we bedoelen…jij mist iedere keer weer de signalen die heel duidelijk zijn, hoor. Keer op keer leg jij die signalen naast je neer en doe je alsof je gekke Henkie bent. Dingen beklijven niet bij jou.

Noa: Kun je even rustig aan doen? Ik heb moeite te begrijpen wat hier gebeurt. Ontsla je me nou?

Lisette: Inderdaad. Je hebt nog twee weken aan vakantiedagen staan en die mag je per direct opnemen en dan loopt je contract af. Vandaag was dus je laatste dag op de afdeling.

Noa: Maar waarom heb je me dan dat stomme ontwikkelingsplan laten maken? Ik heb er uren aan zitten werken!

Lisette: Luister, Noa, vrouwen zoals jij die kan ik niet in mijn teams gebruiken. Kijk me niet zo raar aan, wil je? Ik vind je verontwaardiging niet helemaal op z’n plek. Het blijkt maar weer dat je totaal geen zelfinzicht hebt. Weet je hoe ik jou zie? Als een rotte banaan in een verder heel gezonde fruitmand. Dus, zo zie ik je en verder wens ik je heel veel succes in je verdere leven, meis.

In Gesprek: Pieter & Marja

Marja: Hoe ging het, schat? Ging het goed?

Pieter: Nou ja, het ging wel goed, geloof ik.

Marja: Wat zeiden ze dan? Vertel!

Pieter: Ze zeiden dat ik mezelf moet brenden…

Marja: Brenden?

Pieter: Ja, ik moet mezelf brenden; ze noemden ze dat, mezelf neer gaan zetten als merk.

Marja: Merk? Wat betekent dat, jezelf neer zetten als merk? Zoiets als Unox of zo?

Pieter: Ja, zoiets, nee misschien meer zoiets als Messi of Ronaldo. Dat als ze je naam horen dat iedereen dan gelijk weet wie je bent.

Marja: En dat noemen ze brenden?

Pieter: Ja, dat is merk in het Engels, tenminste, dat haalde ik er zo’n beetje uit.

Marja: Oké, maar wat gebeurt er als je het niet doet? Willen ze dan nog wel met je verder?

Pieter: Ja, dat denk ik wel, hoezo?

Marja: Nou, als je de keuze hebt hoeft het natuurlijk niet, dat brenden, want ik kan me niet voorstellen dat mensen jou gaan zien als Messi…

Pieter: Nee, natuurlijk gaat niemand me zo zien! Wat een onzin, nee, ik moet mezelf neerzetten als mezelf natuurlijk. Gewoon, Pieter van Weerdt.

Marja: Dat iedereen Pieter van Weerdt kent?

Pieter: Ja, dat kan toch? Als ik een website neem en een Facebook? Daar hadden ze het over, dat ik ook op Facebook moet enzo. Want dan leren ze me sneller kennen. Ik bouw dan een beeld van mezelf op bij de mensen.

Marja: Ja maar, wat moet je daar dan op zetten? Ik schrijf ook op Facebook maar dat gaat meer over de kinderen en over de gewone dingen…ben ik mezelf dan ook aan het brenden?

Pieter: Nee joh, wat doe je nou stom! Neem je het allemaal wel serieus? Ik betaal die mensen er toch voor om iets voor me te bedenken? Die lullen heus niet uit hun nek, hoor. Wat denk jij dan, het is echt niet zo gemakkelijk om te zorgen dat mensen mijn schilderijen willen kopen en die mensen denken gewoon met me mee!

Marja: Sorry, schat. Ik neem het ook serieus maar hoe moet je dan jezelf neerzetten als merk als je landschappen schildert. Je bent niet de enige die dat doet dus ik vind het moeilijk voor te stellen wat ze dan bedoelen.

Pieter: Zij zeiden; er is maar 1 Pieter van Weerdt en dat maakt mij uniek. Dat is toch ook zo? Niemand schildert dat landschap toch zoals ik?

Marja: Ja, dat is wel zo. Maar wat voor merk dan?

Pieter: Ach, ik weet het ook niet meer. In het gesprek snapte ik het wel, maar nu ik hier met jou zit te praten snap ik er geen reet meer van.

Marja: Lieverd toch, dat geeft toch niet? Ik snap het ook niet, hoor. Misschien moeten we even op Google kijken wat ze bedoelen. Zal ik even kijken?

Pieter: Ja, doe maar.

Pieter: En? Heb je al wat?

Marja: Nou, ik zie hier wel wat You Tube filmpjes van hoe je jezelf moet verkopen. Ik denk dat ze dat bedoelen, toch?

Pieter: Ja, dat bedoelden ze! Daar hadden ze het telkens over, ik moet mezelf verkopen als merk en brending. Laat eens zien?

Pieter: Aha, brending schrijf je met een a. Het is branding. Doe eens Google translate?

Marja: Branding betekent in het Nederlands….o, precies hetzelfde. Weten we nog niet precies wat ze nou bedoelen. Ik weet het niet, het komt op mij over als een heleboel bla, bla, bla voor dat geld. Nou ja, laat het maar even bezinken, schat. Misschien komen we dan vanzelf wel op een leuk idee.