Monoloog: Tijd Is Tijd

Is het niet zo dat we denken dat we alle tijd hebben? Dat we denken nog genoeg tijd te hebben? Dat we tegen elkaar zeggen dat er nog voldoende tijd is?

Is het niet zo dat we er soms achter komen dat we te laat zijn? Dat de tijd voorbij is? En dat we tegen elkaar moeten zeggen: was er maar meer tijd geweest?

Als kind gaat de tijd zo langzaam…wachtend in de klas totdat je weer mag gaan spelen, naar buiten mag gaan en je weer in je eigen wereld tot leven komt.

Als jongere gaat de tijd nog steeds zo langzaam! Het duurt zo lang voordat je 18 jaar bent en jij je eigen beslissingen mag nemen. Lekker doen wat je zelf wilt.

Als volwassenen gaat de tijd steeds sneller…het leven sjeest voorbij. Waar blijven de dagen? Je hebt geen tijd meer voor jezelf, er is geen me-time. Er is geen kwaliteit-tijd. Er is te weinig tijd om alles goed te kunnen doen en dat wil je nu juist zo graag. De tijd vliegt voorbij en soms weet je niet eens meer wat voor dag het is.

Als oudere gaat de tijd weer langzamer. Je voelt soms de minuten wegtikken op de klok. Tik tak, tik tak. Je gaat je tijd nemen en hoeft niet meer te haasten. Je gaat genieten van je tijd en alle boeken lezen die je had willen lezen…je hebt er nu de tijd voor. En soms zit je te wachten tot het tijd is. Tot je tijd komt. Tot Vadertje Tijd er een einde aan gaat breien.

Tijd is tijd. Het is eeuwigdurend in ons hoofd en toch hebben we er soms veel te weinig van en soms veel te veel. Tijd kan ons blij maken ( Joepi, het is bijna zover!)en soms intens verdrietig ( waarom komt er niemand bij me langs en hebben ze het allemaal te druk) en soms gewoon ziek omdat je teveel doet in te weinig tijd. Het is vanuit jouw perceptie bekeken hoe de tijd aanvoelt. Het is jouw visie op tijd die bepaald hoe je leeft en wat je met je leven doet. Is tijd belangrijk voor je? Betekent tijd niets meer voor je? Of iets er tussen in?

In de natuur merk je dat de tijd voorbij gaat aan het opgaan en neergaan van de zon en de maan. Het wordt licht en dan weer donker. Een gegeven waar je aan gewend bent. Het wordt lente, zomer, herfst en winter. De cyclus van het leven is inherent aan onze groei van baby naar ouder en wijzer mens. Bewust met je tijd om gaan kan je leven meerwaarde geven. Bedenk aan wie je jouw tijd geeft: aan je baas, je kind of je dure auto. Waar leef je voor? Bewust met je tijd om gaan geeft verdieping in je relaties: heb je de tijd om echt te luisteren naar die ander? Heb je de rust om echt stil te worden en te luisteren naar jezelf?

Tijd is tijd. Het is maar net hoe jij met je levenstijd omgaat.

Monoloog: Bezit

Is het hebben van spullen essentieel voor de mens die je wilt zijn? De dure auto die alles zegt over je persoonlijkheid…je kleding, de inrichting van je huis, je handtas, het speelgoed wat je voor je kinderen koopt?

Zie je mij? Of zie je wat ik heb? Ik ben IEMAND, hoor!

In een groot deel van de wereld is het verlangen misschien net zo groot om te laten zien wie je bent door het showen van je bezittingen. Misschien is dat wel een universeel ingeschapen verlangen. De realiteit is echter dat de meeste mensen aan het overleven zijn en dus moeten vechten voor de basisbehoeften zoals warmte, onderdak, eten & drinken, werk en veiligheid. Er is soms geen huis om bezit in te stallen. Er is soms geen inkomen om bezit mee te kopen. Soms zijn mensen ziek en hebben ze wel wat anders aan hun hoofd dan de nieuwste gadget of de laatste mode. Soms hebben mensen drie verschillende baantjes en dan nog gaat het geld op aan voeding en schoolgeld. Soms worden mensen onderdrukt en uitgebuit en geven de mensen die geld aan ze verdienen het inkomen uit aan luxe en genotsmiddelen.

Wat oneerlijk.

Er zijn mensen die helemaal alleen in hele grote huizen eenzaam zitten te zijn. Niemand die ze ziet staan. Niemand die om ze geeft. Wie zijn ze eigenlijk?

Er zijn mensen die miljoenen nalaten aan hun hond. Want die hield tenminste van ze. De hond was hun liefste bezit.

Er zijn mensen die van alles verzamelen: bierdopjes, suikerzakjes, supermarkt-kar-muntjes, Science Fiction gadgets, gitaren, beren, cactussen en huisdieren. Al hun zuurverdiende geld gaat eraan op maar weet jij nu wie ze zijn?

Misschien is het de bedoeling dat we laten zien wie we zijn door de dingen die we doen. Door de keuzes die we niet maken. Door de lessen die we leren aan jongere generaties. De recepten die doorgegeven worden van moeder op dochter. Iemand voor laten in plaats van voordringen. Iets weggeven in plaats van iets lenen en het niet meer terug geven. Je mond houden in plaats van kritiek geven. Liefde geven in plaats van liefde eisen. Vergeving schenken in plaats van wraak zoeken. Een ander iets leren in plaats van voor jezelf leven. Een praatje maken met je buren in plaats van snel wegduiken. Elkaar in de ogen kijken in plaats van je verschuilen achter je mobieltje.

Is het hebben van een liefdevolle samenleving niet het grootste bezit?

Monoloog: Vaak Voel Ik Me Anders Dan Andere Mensen…

Vaak voel ik me anders dan andere mensen.

Ik observeer en kijk goed om me heen. Ik zie de mensen voor wie ze zijn. Details zetten zich vast in mijn brein. Ik voel de energie die mensen uitstralen. Ik neem de dynamiek waar tussen mensen. Ik zie dat mensen oogcontact uit de weg gaan. Anderen proberen je te bereiken met hun ogen. Ik zie incongruent gedrag als mensen aan het praten zijn. Ja knikken met je hoofd terwijl je nee zegt. Zeggen dat ze je aardig vinden en vervolgens een grap maken in de groep ten koste van jou.

Ik observeer mezelf. Ik voel bij sommige mensen dat ik zin heb om terug te deinzen. Dat ik weg wil rennen. Dat ik dichter bij ze wil komen om verbinding te maken. Ik voel soms warmte in mijn lichaam, trillende benen of een zwaar gevoel in mijn lichaam. Soms krijg ik het heel erg koud van iemand. Soms wil ik heel snel de kamer uit. Vaak voel ik weerstand in een groep van alle onuitgesproken verwijten. Jaloezie op elkaar, strijd om een pluim van iemand hoger in de rangorde. Soms zie ik een hele groep terugtrekken naar de muur waar ze achter weg kwamen. Soms blijft er een persoon dapper staan. Die is dan buitenstaander geworden. Ik herken me daar wel in, al ben ik vaak blij dat ik niet met de meute mee hoef achter die muur.

Mijn zintuigen staan op scherp. Vaak word ik misselijk van geuren, word ik duizelig van een bewegend object, doen mijn oren zeer van geluiden op straat, muziek in een winkel, mensen met harde stemmen. Ik wil het licht reguleren van hard naar zacht van koud blauw naar warm geel/oranje. Ik wil geen aaiende handen want dan voelt mijn huid branderig aan.

Ik heb moeite om woorden te accepteren die niets aan betekenis in zich hebben. Ik heb moeite om flexibel om te gaan met zinnen en tussen de woorden door te zoeken naar een betekenis die ik niet kan grijpen. Ik heb moeite om oneerlijk te zijn, al vraagt men daar specifiek om. Ik vind koetjes en kalfjes praatjes ( of wat dat dan ook mag inhouden) onverdraaglijk oppervlakkig. Ik zou het liever willen hebben over de voor en nadelen van veganisme, de reisroute met een zeilboot van Chili naar Alaska of waarom gewone Chinezen niet gewoon een greep naar de macht doen…

Ik ervaar het leven als een survivaltocht. Ik heb alleen geen training gehad noch heb ik een goede uitrusting. Ik heb wel een hele zware rugzak die ik meesleep. Soms kom ik personen tegen die een tijdje met me mee wandelen maar vaak blijf ik toch achter omdat mijn tempo veel lager ligt dan dat van hen. Als ik moet gaan rennen tijdens die survivaltocht dan val ik nog vaker.

Ik weet dat ik anders ben. Maar ik ben daarin gelukkig niet alleen.

Monoloog: Hoe Zorg Ik Ervoor Dat Ze Me Niet Opeten?

Ik keek naar de gezichten om me heen. Vijf mensen en de therapeut zaten aan de rechthoekige tafel. Ik was aan de beurt. ‘ Ben je zover? Ik zie dat je wat opgeschreven hebt, wil je het aan ons voorlezen?’. Ik scande de gezichten om te zien of ze wel geïnteresseerd waren maar ik kon niets zien, daar was ik altijd al slecht in geweest. Zien wat mensen denken. Ik vouwde mijn papier open en keek naar mijn woorden. Als braaf meisje doe ik wat me gevraagd is.

Wie ik ben, is wie ik ben. Ik zie de wereld niet door een grijze bril maar ook niet door een roze bril. Ik zie de wereld door een bril zonder glazen.  Ik overleef. Er is geen rust voor mij.

Vannacht was ik om 5.00 uur weer klaarwakker. Gedachten malen door mijn kop tegelijkertijd met liedjes die door mijn hoofd gezongen worden en stemmen die me jennen.

In mijn hoofd steeds weer die nare stem die tegen me zegt dat ik mezelf pijn moet doen. Dat ik straf verdien. Dat ik niet geboren had moeten worden. Dat ik mezelf met een mes in de buik moet steken, mijn kop door het raam moet gooien, dat ik van de flat moet springen en voor een vrachtwagen moet gaan staan. Dood, zegt deze stem. Je verdient pijn, zeggen andere stemmen. Mijn hoofd wil niet meer luisteren en mijn lijf blijft gewoon zitten op de stoel aan de keukentafel terwijl de vermoeidheid aanvoelt alsof ik platgedrukt wordt door een groot stuk beton. Ik voel mezelf wegglijden naar dat bekende stukje stilte in mij. Een plek die ik vond als klein meisje, een veilig holletje om in te schuilen. Ik hoor je niet meer en ik heb mijn ogen dicht. Mijn lijf wiegt heen en weer om mezelf te troosten en ik ben lekker onzichtbaar geworden. De tranen glijden over mijn wangen, via mijn hals naar beneden en snot loopt over mijn lip. Ik krijg geen adem!

 De stemmen zijn altijd op de achtergrond maar ik denk ook wel eens dat dit de ‘gewone’ stemmen zijn die iedereen lijkt te hebben. Dat zeggen ze wel eens tegen me: ‘Ach, ik heb ook zo’n stemmetje die tegen me aan loopt te zeiken, hoor! Moet je je niets van aantrekken.’ In boeken heb ik wel eens gelezen dat ze die stem een ‘innerlijke rechter’ noemen of de stem van zelfkritiek. Dat zal misschien wel kloppen voor andere mensen maar in mijn geval zijn de stemmen wel wat destructiever omdat ze me dood willen hebben. Deze rechter spreekt duidelijk een doodsvonnis uit. Ik ben er alleen nog steeds niet achter waarom ze het beter vinden dat ik er niet meer ben, ik snap het niet.

Vannacht verbaas ik me over de maatschappij van vandaag. Mensen zouden solidair moeten zijn met elkaar. Elkaar steunen en helpen. Maar het is een ratrace daar buiten en ik kan deze race niet lopen. Te hard, te venijnig. Het is een leeuwenkuil vol gevaar voor mensen zoals ik. Maar ik ben toch niet de enige die dit niet kan?

Vannacht draai ik het om in mijn hoofd: niet zij maar wij zijn normaal. Ik bedoel de mensen die sociaal genoeg en gevoelig genoeg zijn om nog iets te voelen. Wij voelen de wind, we ruiken de bloemen, we zien het zonlicht door de ramen. Wij willen ons nog wel verbinden met een ander, mits ze ons niet raar vinden. Dat is wel belangrijk. We rennen niet door het leven, maar lopen langzaam en bedachtzaam. We zijn geen optimisten en we zijn geen pessimisten. Wij kijken door de bril zonder glazen en dat maakt ons realisten. En omdat de realiteit moeilijk voor ons is, hebben wij het vaak moeilijk. We kunnen het hoge tempo niet bijhouden. We laten ons omver duwen door de sterkere mensen en we gaan soms in een hoekje zitten huilen omdat ons hoofd overloopt van alle ellende die we, vaak ongewenst, mee krijgen. Mijn zenuwen staan voortdurend op scherp; ik jank om het minste en mijn lijf doet zo’n zeer dat ik de maximale dosis paracetamol slik. Omdat ik alles hoor, alles ruik, het snel koud heb of warm, te weinig ruimte om me heen heb of gedwongen binnen moet zitten.

Soms wilde ik dat mijn bril wel glazen had. Ik heb bescherming nodig want ik snap niet waarom die stemmen er altijd zijn. Toch ben ik ergens van overtuigd dat ik een prachtig en gevoelig volbloed paard ben in de leeuwenkuil van het leven. De vraag is alleen: ‘Hoe zorg ik ervoor dat ze me niet opeten?’